Als alles eenden is

Eenden zwemmen in de sloot
al is het meer lopend drijven. 
Ze vrezen niets, geen nood
waarvan ze uit angst verstijven.

Geduldig happen ze brood
dat gestaag van honger bevrijdt.
Ze peilen alles lichter dan lood
een aard die ik haast benijd.

Het fruiten van brokjes 
in het zo smeuïge water
passeert de keel in slokjes
gevolgd door olijk gesnater.

Eenden kwekken er los op los
triomfen vieren ze ongedwee;
ze spatten elkaar met verendos
en hebben de vogelvrijheid mee.

Eenden hoef je niets te melden
zij kennen alle noodzakelijkheden.
Het zijn grote noch kleine helden
ze vliegen weg bij onregeldheden.

Schrijver: Anton van Amerongen, 13 januari 2006

Foto_bij_gedicht_van_de_maand_Februari.jpg